Geschiedenis

Wegafsluitingen waren vroeger nauwelijks aan de orde. Het fenomeen was tot begin jaren negentig nagenoeg onbekend. Dan beginnen echter de problemen. De mensen krijgen meer vrije tijd en ontdekken dat bepaalde wegen zich goed lenen voor een recreatief ritje op de motor of in de auto. Echter ook fietsers en wandelaars maken in toenemende mate gebruik van deze wegen.

Met een toename van het aantal mensen en een afname van de onderlinge verdraagzaamheid stijgt ook de roep om wegen af te sluiten. Weggebruikers onderling ergeren zich aan elkaars gedrag. Ook sommige bewoners beginnen zich te roeren. Het blijkt hierbij dan nogal eens te gaan om mensen die de drukke stad ontvlucht zijn en een huis in het landelijke gebied hebben gekocht. Als dan blijkt dat ook hier steeds meer verkeer komt, gaat men pleiten voor wegafsluitingen. Oftewel een duidelijk staaltje van eigenbelang van een zeer klein groepje mensen. Als deze echter de juiste connecties hebben binnen een gemeente dan blijkt er een hoop mogelijk. Tenslotte begint ook de milieu beweging zich steeds meer  te roeren in haar streven naar meer natuur in Nederland.

1993 De gemeente Rheden en de vereniging Natuurmonumenten moeten zich verantwoorden voor de Raad van State. De plannen om het natuurgebied de Posbank volledig af te sluiten voor gemotoriseerd verkeer worden aangevochten door het Overkoepelend Comité Posbank (OCP), een lokale belangen groepering. De afsluiting wordt gelukkig door de Raad van State verworpen.

1994 Bewoners van zes gemeenten langs de IJssel willen iets doen tegen overlast door motoren. Gelukkig staan de gemeente besturen open voor overleg met motorrijders en zijn de IJsseldijken ook nu nog steeds vrij toegankelijk.

1995 In de Meije (gemeente Bodegraven, Zuid-Holland) klagen enkele bewoners over horden motoren die daar elk weekend voorbij komen. Na overleg tussen de gemeente en diverse motorrijders organisaties worden de afsluitingsplannen teruggedraaid. Uiteindelijk blijken slechts twee bewoners verantwoordelijk voor alle heisa. Deze twee woonden hier nog geen jaar en wilden blijkbaar de omgeving even aanpassen aan hun persoonlijke wensen. De overige bewoners, die hier  al tientallen jaren woonden, vonden dat er helemaal geen overlast bestond.

1996 De Gelderse Milieufederatie komt met een rapport , getiteld 'De weg naar autoluwe dijken'.  In dit rapport, wat aan alle Gelderse gemeenten wordt aangeboden, pleitten zij voor het auto- en motorluw maken van zoveel mogelijk Gelderse dijkwegen. Omdat dit natuurlijk niet zomaar kan vragen zij de gemeenten om te beginnen met een afsluiting op zondag welke later eventueel uitgebreid kan worden tot het weekeinde dan wel de gehele week. 

Dit is voor mij (Joop) aanleiding om ook alle Gelderse gemeenten te benaderen die dijkwegen op het grondgebied hebben. In een brief zet ik uiteen dat er andere mogelijkheden zijn, indien er op bepaalde wegen overlast mocht bestaan. Tevens bied ik aan om in gezamenlijk overleg te zoeken naar andere oplossingen. Ook doe ik een oproep aan alle Nederlandse motorrijders om dreigende wegafsluitingen bij mij te melden zodat we kunnen proberen hier iets tegen te doen. Dit betekent dat er in Nederland vanaf dat moment (1996) een meldpunt wegafsluitingen bestaat.

Al snel na de totstandkoming van het meldpunt ontstaat er een samenwerking tussen verschillende motororganisaties waar ook de automobilisten bij worden betrokken. Na het afhaken van een aantal organisaties gaan LOOT en Pro Auto samen verder in het meldpunt wegafsluitingen. In 2001 wordt door LOOT en Pro Auto een stichting opgericht die als rechtspersoon kan fungeren inzake verkeersbesluiten. Voordeel van de stichting is dat nu kan worden volstaan met één bezwaarschrift of beroepschrift waar voorheen elke afzonderlijke organisatie een eigen bezwaarschrift of beroepschrift in moest dienen.

Joop de Jonge